Kennisbank

Monumenten en de EPBD: Wat verandert er in 2026 voor historisch vastgoed?

Historische gebouwen vormen een uitdaging in de energietransitie. Vaak wordt gedacht dat monumenten volledig zijn vrijgesteld van Europese regels. De nieuwe EPBD-richtlijn biedt die ruimte nog steeds, maar de druk om ook erfgoed te verduurzamen neemt toe. 2026 wordt daarin een belangrijk jaar.

Mogen monumenten uitgezonderd worden?

Ja. De richtlijn geeft lidstaten de mogelijkheid om officieel beschermde gebouwen uit te zonderen van de strenge Minimumnormen voor Energieprestaties (MEPS). Dit mag als naleving van de normen het karakter of aanzicht van het gebouw op “onaanvaardbare wijze” zou veranderen. Ook voor de verplichting van het energielabel bij verkoop of verhuur mogen lidstaten monumenten uitzonderen.

Waarom is 2026 belangrijk?

Hoewel er geen harde labelplicht is, is 2026 een scharnierpunt in de regelgeving:

  1. Nationaal Renovatieplan (31 dec 2026): Nederland moet uiterlijk eind 2026 zijn eerste definitieve “Nationaal Plan voor de Renovatie van Gebouwen” inleveren. Hierin moet een routekaart staan om in 2050 tot een volledig emissievrij gebouwenbestand te komen, inclusief het bestaande vastgoed. Dit dwingt de overheid om na te denken over de rol van monumenten.
  2. Zonne-energie op openbare gebouwen: Veel monumenten zijn overheidsgebouwen (gemeentehuizen, ministeries). Voor nieuwe openbare gebouwen geldt al per 31 december 2026 een verplichting voor zonne-energie-installaties. Voor bestaande openbare gebouwen (>2000 m²) geldt deze verplichting vanaf 31 december 2027.

Balans tussen erfgoed en klimaat

De vrijstelling is dus geen vrijbrief om niets te doen. De richtlijn moedigt aan om ook bij monumenten de energieprestatie te verbeteren, voor zover dat “technisch, functioneel en economisch haalbaar” is. In de praktijk zullen ingrijpende renovaties van monumenten steeds vaker gepaard gaan met verduurzaming (zoals isolatie of hybride warmtepompen), zolang de monumentale waarde behouden blijft.