De Europese opdracht is helder: het energieverbruik van onze woningen moet omlaag. Maar de EU laat het niet aan het toeval over welke huizen worden aangepakt. De strategie is “worst-first”: de grootste winst valt te behalen bij de huizen die nu de meeste energie verspillen.
De 55%-regel
Nederland moet zorgen dat het gemiddelde energieverbruik van alle woningen daalt (16% in 2030). De richtlijn stelt daarbij een cruciale voorwaarde: minstens 55% van die daling moet worden bereikt door de renovatie van de 43% slechtst presterende woningen.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je een woning met label E, F of G? Dan wordt jouw huis een speerpunt in het nationale beleid.
- Gerichte subsidies: Financiële steunmaatregelen moeten “in de eerste plaats” gericht zijn op kwetsbare huishoudens en mensen die in energiearmoede leven.
- Technische hulp: Er komen “één loketsystemen” (one-stop-shops) waar je terecht kunt voor gratis en onafhankelijk advies. Elke regio (per 80.000 inwoners) moet zo’n punt krijgen om je te begeleiden bij de renovatie.
- Bescherming huurders: Huurders worden beschermd tegen uitzetting als gevolg van renovatie (“renoviction”). Ook moeten lidstaten maatregelen nemen om onevenredige huurverhogingen na verduurzaming te voorkomen.
Het doel van de richtlijn is duidelijk: de energietransitie mag niemand achterlaten in een tochtig huis met een hoge energierekening.